Geboden en verboden
Diep ontroerd luister ik naar een stem,
hij komt vanaf de preekstoel.
Hoor ik het daar goed?
In gedachten zie ik mij gaan,
al die jaren dag in dag uit.
Elke morgen bij het opstaan
dacht ik: wat moet ik vandaag gaan doen?
En als ik het gedaan heb dan voel ik me pas goed.
Dan mag ik iets voor mezelf gaan doen.
Doe ik niets dan voel ik mij ellendig.
En wacht ik op de toorn van God.
Ik was zo bang dat Hij mij zou straffen.
Waarmee zal Hij mij straffen?
Ik durfde nooit iets leuks te doen.
Of aan iets leuks te denken
want ik dacht dat ik dat nooit mocht doen.
Gelukkig er gebeurde die dag niets.
En nu hoor ik deze stem:
Ik zag ik mij weer opnieuw gaan.
Maar het was een weg zonder Christus.
Al leek het aan de buitenkant niet zo.
Ik besefte dat toen niet.
Ik dacht dat ik zo moest leven.
Maar toen, eens op een dag
vielen de schellen van mijn ogen.
Christus nam het over.
Ik hoefde niets meer te doen.
Hij deed het allemaal voor mij.
Ik hoef niet iets te doen
om zomaar iets te mogen ontvangen.
Het is geen moeten en geen verbod.
Nee het is enkel en alleen Zijn Bloed.
En uit liefde wil je anders leven.
Omdat Hij het heeft gedaan voor mij.
Mijn lieve Borg en Zaligmaker,
stierf voor mij ik hoef daar niet te hangen.
Hij deed het al voor mij.
Ik hoor die stem
opnieuw vanaf de preekstoel,
Het is genoeg.
Het ontroert me diep.
Wat heb ik Hem
toch veel verdriet gedaan.
Of anders gezegd wat heeft
Hij een verdriet om mij gehad.
Tranen vullen mijn ogen.
Maar het is nu goed.
Het is geen moeten
maar een willen.
En Gods Geest bewerkt je zo,
dat je uit dankbaarheid gaat leven.
Met de vruchten van de Geest.
Kolossenzen 3:12
Klaske 16 Augustus 2009
